Notifications

l'argent frans hoofdstuk 2

0.0(0) Reviews
Duplicate
Report Flashcard set

Spaced Repetition

spaced repetition

Flashcards

flashcards

Learn

learn

Practice Test

exam

Tags

145 Terms
ūüėÉ Not studied yet (145)
un achat d'impulsion
een impulsaankoop
une action
een aandeel
une assurance
een verzekering
une baisse
een daling
une banque en ligne
een online bank
une bonne cause
een goed doel
un budget
een budget
une carte bancaire / une carte de débit
een bankkaart
une carte de crédit
een kredietkaart
une carte de paiement prépayée
een prepaid kredietkaart
une charge fixe
een vaste kost
la charité
de liefdadigheid
le ch√īmage
de werkloosheid
la clientèle
het cli√ęnteel
le commerce
de handel
un compte à vue
een zichtrekening
un compte d'épargne / un livret d'épargne
een spaarrekening / een spaarboekje
un consommateur
een consument
la consommation
de consumptie
un co√Ľt
een kost
un crédit
een krediet
une crise
een crisis
une croissance
een groei
une dépense
een uitgave
une dette
een schuld
une inégalité
een ongelijkheid
une égalité
een gelijkheid
une entreprise
een bedrijf
l'épargne / l'argent économisé
het spaargeld
une expérience
een ervaring
la famine
de hongersnood
le gaspillage
de verspilling
une hausse
een stijging
l'intérêt
de interest
un investissement
een investering
le logement
het verblijf, de huisvesting
le matériel scolaire
het schoolmateriaal
un ménage
een gezin
la monnaie
het kleingeld
un montant
een bedrag
la pauvreté
de armoede
le pourcentage
het percentage
le pouvoir d'achat
de koopkracht
un produit
een product
une promotion
een aanbieding
la publicité
de reclame
une quantité
een hoeveelheid
une qualité
een kwaliteit
une réduction
een korting
la rentrée
de start van het nieuwe schooljaar
un retraité
een gepensioneerde
un revenu
een inkomen
un salaire
een salaris
un service
een dienst
la société de consommation
de consumptiemaatschappij
les soldes
de solden
l'endettement
de schuldenlast
la télécommunication
de telecommunicatie
le temps libre
de vrije tijd
une tendance
een trend
un tiers
een derde
le tiers-monde
de derde wereld
la totalité
het geheel
le transport
het vervoer
la valeur
de waarde
abordable
redelijk, aanvaardbaar
aisé, aisée
rijk, gegoed
bancaire
bank-
bon marché
goedkoop
cher, chère
duur
comptant
cash
démuni, démunie
blut
économe
zuinig
élevé, élevée
hoog
financier, financière
financieel
fixe
vast
gratuit, gratuite
gratis
hebdomadaire
wekelijks
imprévu, imprévue
onvoorzien
limité, limitée
begrensd, beperkt
majeur, majeure
meerderjarig
mensonger, mensongère
leugenachtig, bedrieglijk
mensuel, mensuelle
maandelijks
monoparental, monoparentale
eenouder-
naif, na√Įve
na√Įef
occasionnel, occasionnelle
af en toe, sporadisch
pauvre
arm
personnel, personnelle
persoonlijk
précaire
zorgwekkend, problematisch
prépayé, prépayée
voorafbetaald
publicitaire
reclame-
quotidien, quotidienne
dagelijks
salarial, salariale
salaris-
solidaire
solidair
trimestriel, trimestrielle
driemaandelijks
valable
geldig
variable
variabel, veranderlijk
accro√ģtre
toenemen, verhogen
augmenter
stijgen, verhogen
baisser, diminuer
verminderen, dalen
commercialiser
in de handel brengen
co√Ľter cher
duur zijn
couvrir
(be)dekken
dépenser
uitgeven
consommer
consumeren
économiser
besparen
emprunter
lenen (recevoir)
entreprendre
ondernemen
épargner
sparen
faire face à
het hoofd bieden aan
financer
financieren
gaspiller
verspillen
investir (dans)
investeren (in)
lutter (contre)
vechten (tegen)
prêter
lenen (donner)
produire
produceren
promouvoir
bevorderen, promoten
réduire
verminderen, reduceren
rembourser
terugbetalen
s'acheter
zich aanschaffen
s'acquitter de
vereffenen, voldoen
s'endetter
schulden maken
survivre
overleven
approximativement
ongeveer
à temps plein
voltijds
à mi-temps, à temps partiel
halftijds, deeltijds
acheter quelque chose à crédit
iets op krediet kopen
avoir du mal à joindre les deux bouts
de eindjes moeilijk aan elkaar kunnen knopen
l'argent lui fond dans/entre les mains
hij/zij heeft een gat in zijn/haar hand
l'argent ne fait pas le bonheur
geld maakt niet gelukkig
être dans le rouge
in het rood staan
être à sec
blut zijn
faire faillite
failliet gaan
faire fortune
rijk worden
gérer un budget
een budget beheren
jeter l'argent par les fenêtres
het geld uit de ramen gooien
peser lourd sur
zwaar wegen op
un petit pain garni
een belegd broodje
rapporter gros
veel geld opbrengen
rouler sur l'or
rijk zijn
le temps, c'est de l'argent
tijd is geld / time is money
tomber dans la précarité
in armoede terechtkomen
toucher un revenu
een loon ontvangen
travailler dur
hard werken
vivre dans la précarité
in armoede leven